Brievenbussen gaan al een tijdje mee. Sinds 1799 werd de post in Nederland nationaal verklaard. In de praktijk was het lastig om op het platteland post te bezorgen en werd dit werd door particulieren gedaan. In het begin gebeurde nog te voet, toen had je een postbode die 8 uur per dag liep om de post te bezorgen. Daarna kwam het postrijtuig toen werd de post die over het water moest in een boot geladen en aan de andere kant van het water weer in een ander postrijtuig geplaatst. In 1844 kreeg je de post via de gewone passagierstrein. Vanaf 1852 werd de postzegel geïntroduceerd en betaalde je vooraf de post, hiervoor moest de ontvanger de post betalen. Niet iedereen was blij met de postzegel omdat het betalen van post als statussymbool gold. Vanaf 1881 begon de postpakketten te vervoeren en bezorgen. Aan het eind van de 19e eeuw kwam de eerste vrouw op het postkantoor werken. In de eerste en tweede wereldoorlog gingen er steeds meer vrouwen werken bij de post omdat bijna alle mannen werden gemobiliseerd voor de oorlog. Vanaf 1921 brak de postauto door en werd er steeds meer bezorgd met de auto. Op lange afstanden bleef de trein nog wel belangrijk. In de tweede wereldoorlog kwam er een einde aan het hele postnetwerk doordat alles was verwoest. Toen begon de hele wederopbouw dat duurde jaren. Tijdens de watersnoodramp van 1953 werd er heel veel post met boten bezorgd doordat grote delen van Zeeland en Zuid-Holland onder water stonden. Vanaf 1976 werd er computergestuurde machine in gebruik genomen bij de PTT en ontstonden de eerste postcodes. In de jaren ‘80 wordt het cassettebandje waar je een brief op in kan spreken erg populair. Sinds de digitalisering in de 21e eeuw worden er steeds minder brieven verstuurd. Pakketjes nemen wel toe doordat veel mensen via internet producten besteld.

    02-01-2018 00:00